Heks in de kast

Alhoewel ik al in 2009 ben ingewijd als heks, durf ik er sinds een paar maanden voor uit te komen dat ik heks ben. Tot die tijd heb ik als het ware in de kast gezeten, bang voor de reactie van de ander en onzeker over wie ik eigenlijk was.

Dat had verschillende redenen. Ten eerste in het jaar dat ik ingewijd ben, werkte ik bij een bedrijf waar “Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg” hoog in het vaandel stond. Anders zijn werd niet geaccepteerd. Een aantal collega’s met wie ik heel close was wisten het wel, maar 80% van mijn collega’s wist het niet. En wanneer je op een kantoor werkt waar slechts 50 mensen werken, hou je je heks zijn wel voor je. Zeker als ze een kerstboom op je bureau al een uitspatting vinden. En wanneer je 40 uur in de week in die mentaliteit zit, maak je het je onbewust eigen.

Maar ook het maatschappelijke beeld van een heks maakt het niet dat je echt gaat roepen dat je een heks bent. Het grootste deel van de mensheid denkt bij een heks immers nog steeds aan een sprookjes figuur, een boze toverkol die niets liever dan kwaad doet. En dat hebben we voor een grootdeel aan het Christendom te danken.

Tot de opkomst van het Christendom leefden we een in een matriarchale samenleving, een samenleving waarin vrouwen een centrale rol hadden. Vrouwen kunnen immers leven voortbrengen en bloedlijnen werden van vrouw tot vrouw gevolgd omdat men altijd zeker wist wie de moeder was. Oudere wijze vrouwen waren de genezers, de therapeuten en de vroedvrouwen. Zij vervulde een belangrijke rol in de samenleving, omdat zij wisten welke kruiden nodig waren, kinderen op de wereld zetten en de kennis bezaten die zij weer doorgaven aan de volgende generatie. Ze volgenden de seizoen en werkten met de maan om de kruiden en kennis zo optimaal mogelijk te benutten. De Crone, wijze oude vrouw, genoot aanzien en vervulde een centrale rol. Deze natuur religie was de belangrijkste en vaak enige godsdienst.

Met het Christendom verschoof de matriarchale samenleven naar een patriarchale samenleving. De man kreeg meer aanzien en de vrouw werd aan de zijlijn geplaatst. De Bijbelverhalen leerden ook dat de vrouw slecht is en niet te vertrouwen, denk maar het verhaal van Adam en Eva in het paradijs. Eva liet zicht verleiden om van de verboden vrucht te eten waarna ze verbannen werden uit het paradijs. Vrouwen werden afgeschilderd als verleidsters met een scherpe tong die je niet kon vertrouwen. Ze waren zwak van geest en daardoor ondergeschikt aan de man. Kuisheid kwam hoog in het vaandel de staan en een vrouw diende zich bescheiden op te stellen.

Omdat de kerk het volk niet kon stoppen naar de natuurgenezer te gaan en dus nog niet het volle vertrouwen van het volk had, begon de kerk een campagne tegen hekserij. Ze maakten de heksen zwart, riepen dat ze met duivel heulden en kwamen met allerlei verboden tegen hekserij. In 1484 kwam het hoogte punt toen de toenmalige Paus hekserij tot ketterij verklaarde en twee Dominicaner monniken de opdracht gaf een handboek voor heksenjagers op te stellen. De heksen jacht was begonnen.

En waarom? De belangrijkste reden was de angst voor het onbekende. De vrouw in het algemeen en de heks in het bijzonder waren een enigma voor de man van die tijd. De wetenschap was toen nog niet zo ver als nu en het lichaam van de vrouw deed allerlei dingen waar ze niets van begrepen. Vrouwen menstrueerden en konden leven creëren, daar snapte ze niks van. De kennis van kruiden en het vroedvrouw zijn werd ook van vrouw op vrouw doorgeven en bleef zo ongrijpbaar voor mannen. Onbekend maakte toen ook al onbemind en dus werd het verboden en kwam het uiteindelijk zelfs tot vervolging en moord.

Wordt morgen vervolgd.

 

Liefs,

Share This: