Kan je dat wel?

Toen ik de vraag gisteren hoorde, werd ik een beetje boos toen ik er over nadacht. Waarom stellen we die vraag? Het lijkt wel of we onze kinderen bij voorbaat al willen doen geloven dat ze iets niet kunnen. Alsof ze niet hun eigen fouten mogen maken. En toen nam ik een besluit: Als ze dat wil, dan gaat ze dat maar proberen!

Terwijl in de badkamer mijn tanden aan het poetsen was, hoorde ik het haar weer zeggen: “Ik wil vandaag naar opa en oma fietsen.” Waarop haar vader antwoordde: “dat is heel ver, kan je dat wel?”. Maar mijn dochter liet zich er niet door uit het veld slaan en antwoordde heel resoluut: “Ja!”.

Kan je dat wel? Zal je dat wel doen? Hoe vaak stellen we die vraag niet zonder erbij na te denken. Zo’n vraag impact op de ontvanger. Hoewel we de bedoeling hebben om de ander te beschermen, laat het ook zien dat je geen vertrouwen hebt ik de ander. Vaak zeggen we het tegen onze kinderen, maar hoe vaak is het niet gewoon uit eigen belang?

Ja, mijn dochter wilde op haar kleuter fiets met kleine wielen naar haar opa en oma fietsen. En ja, 3,5 kilometer enkele reis is een heel eind op zo’n fiets. En het stellen van de vraag was omdat ze het misschien wel eens niet vol zou kunnen houden. Dat zou vervelend zijn, halverwege weer om moeten keren omdat ze te moe wordt. Dan loopt het plan niet zoals gedacht.

Van te voren al haar bekwaamheid in twijfel trekken door maar te blijven aan geven dat ze het misschien niet kan, brengt haar in twijfel over haar zelf vertrouwen. Dan weet je van te voren dat je kind zo’n fietstocht niet vol gaat houden. Door haar het fietstochtje te laten ondernemen, gaat ze zelf ervaren waar de grens van haar mogelijkheden ligt en blijft haar zelfvertrouwen in tact.

Maar terwijl ik mijn tanden aan het poetsen was, nam ik een besluit: als mijn dochter op haar kleuter fiets 3,5 kilometer naar opa en oma wil fietsen, dan doen we dat. We zien wel of ze het vol houdt. Dus tijdens de lunch vroeg ik haar of ze nog naar opa en oma wilde fietsen. Ze antwoordde vast beraden dat ze dat wel wilde. “Oké,” zei ik, “dan gaan we dat doen. We gaan vanmiddag naar opa en oma fietsen.” Ze begon helemaal te stralen.

Zo gezegd, zo gedaan. Na de lunch zijn we op de fiets gestapt en hebben we samen de 3,5 kilometer naar mijn ouders gefietst. Ze heeft niet één keer gemopperd en reed de hele weg met een grote glimlach op haar gezicht. Terug heeft ze ook weer de hele weg gefietst en weer zonder mopperen. En ondanks dat haar billen vanochtend nog zeer deden en ze nog zware benen had, fietste ze vanochtend gewoon weer naar school. Trots als een pauw en volledig vertrouwend in haar eigen kunnen.

Geloof jij in je eigen kunnen?

Leef vanuit je hart.

Liefs,

Share This: